In het kader van de energietransitie ligt de nadruk in België – net als in de rest van Europa – sterk op elektrificatie, en vooral via warmtepompen. Een recent internationaal onderzoek door Gemserv, een onderzoeksbureau gespecialiseerd in energiestudies, toont echter aan dat deze aanpak tekortschiet voor landelijke gebieden. Vooral oudere, slecht geïsoleerde woningen buiten het aardgasnet vragen om alternatieve oplossingen.
Wat leert het onderzoek?
Het rapport analyseert verwarmingssystemen in acht Europese landen, waaronder België, en vergelijkt kosten, betaalbaarheid en CO₂-uitstoot van verschillende technologieën in landelijke context. De conclusie is duidelijk: een beleid waarbij technologieën gecombineerd worden, is efficiënter, goedkoper en sociaal rechtvaardiger dan één dat enkel inzet op warmtepompen.
De belangrijkste bevindingen voor België:
- Kostenefficiëntie: Op jaarbasis zijn (bio)propaanketels de goedkoopste oplossing voor woningen die vóór 1970 gebouwd werden, die in België het merendeel van het woningbestand uitmaken. De reden hiervoor is dat deze woningen vaak slecht geïsoleerd of moeilijk isoleerbaar zijn (56% werd gebouwd vóór 1962).
- Betaalbaarheid: Slechts 25% van de Belgische huishoudens kan de hoge initiële kost van een warmtepomp betalen zonder subsidies. De aankoop van een (bio)propaanketel daarentegen is betaalbaar voor 58% van de gezinnen.
- CO₂-reductie: De overstap van een stookolieketel naar een propaanketel verlaagt de CO₂-uitstoot met gemiddeld 29%. Indien een huishouden nadien overstapt naar biopropaan, kan tot maar liefst 75% van de CO₂-uitstoot worden bespaard. Deze belangrijke verbetering kan worden gerealiseerd zonder dat de volledige woning gerenoveerd moet worden.
- Besparingspotentieel: Door (bio)propaan als alternatief te integreren in het verwarmingsbeleid kunnen Belgische gezinnen jaarlijks tot €502 miljoen besparen ten opzichte van een scenario met enkel warmtepompen.
Praktisch en sociaal verantwoord
(Bio)propaan biedt een “drop-in”-oplossing: je hoeft niets te veranderen aan de bestaande propaaninstallaties en kan het zo gebruiken. Voor plattelandswoningen waar bewoners vaak te maken hebben met energiearmoede of beperkte renovatiemogelijkheden is het een uitstekend alternatief.
Waarom is dit belangrijk voor het Belgische beleid?
De studie roept beleidsmakers op om rekening te houden met de realiteit van landelijke regio’s. De Belgische implementatie van de EPBD (‘Europese Richtlijn Energieprestatie Gebouwen’) moet ruimte laten voor flexibiliteit en keuzevrijheid, zodat huishoudens een oplossing kunnen kiezen die technisch en financieel haalbaar is.
Conclusie
Voor België, met zijn grote aandeel oudere plattelandswoningen, is een aanpak gebaseerd op gemengde technologieën geen luxe maar een noodzaak. (Bio)propaan biedt een betaalbaar en op termijn duurzaam alternatief dat perfect aansluit bij de noden van het Vlaamse en Waalse platteland. Laten we ervoor zorgen dat deze gezinnen niet uit de energietransitie worden uitgesloten.
Meer weten over de studie of de mogelijkheden van (bio)propaan? Neem dan contact op met FeBuPro of haar leden.



